Het echte rendement van aandelen

Return on investmentVaak horen we op kantoor beleggers die van hun beleggingen in beleggingsfondsen een gemiddeld nettorendement van meer dan 10% per jaar verwachten. Vaak zijn dit beginnende of onervaren beleggers die dergelijke hoge rendementsverwachtingen hebben. Beter stellen zij hun verwachtingen aan de realiteit bij. De kans op teleurstelling is anders groot.

Afgelopen decennium slecht voor aandelen
In 2009 en 2010 behaalden aandelenbeleggers forse rendementen. Toch staat de AEX-index, een graadmeter voor de Nederlandse aandelenbeurs, nog altijd lager dan 10 jaar geleden (eind 2001 stond de index 40% hoger dan het huidige niveau). Vorige eeuw waren er heel wat gunstige periodes voor beleggers, maar het mag duidelijk zijn dat dat afgelopen 10 jaren per saldo niet het geval was. Wat mag men verwachten van beleggen, vooral ook op de lange termijn?

Onderzoek
In de New York Times stond een interessant onderzoek waarin men voor ieder start- en eindjaar sinds 1920 berekend heeft wat een gemiddelde belegger verdiend zou hebben. Er werd rekening gehouden met kosten, belastingen en inflatie. Dit werd voor de afgelopen 90 jaar berekend. Er zijn daardoor meer dan 8000 mogelijke combinaties van start- en einddata te maken.

Rendementen
In het onderzoek worden de resultaten weergegeven in een figuur met kleuren (zie link hieronder). Dan is duidelijk te zien dat er, net als dit decennium, eerder ook al periodes zijn geweest waarin het rendement laag was. Daarnaast zijn er ook duidelijke periodes waarin de rendementen wel boven de 10% (na kosten en inflatie) liggen. Beide periodes lijken elkaar enigszins af te wisselen. Dat schept dus hoop voor de nabije toekomst.

Als men echter kijkt naar resultaten bij beleggingsperiodes langer dan 20 jaar, dan ziet men vrijwel zonder uitzondering gematigde rendementen die in ieder geval licht boven de inflatie uitkomen.
Met andere woorden: jaarlijkse netto rendementen van minder dan de inflatie of van meer dan 10% boven het inflatieniveau komen slechts bij hoge uitzondering voor wanneer de beleggingsperiode 20 jaar of langer is.

Vergoedingsfees, belasting en inflatie
Kijkend naar de beleggingsperiodes van 20 jaar geldt dat de mediaan van het netto jaarrendement op 4,1% ligt. De mediaan geeft, zoals u waarschijnlijk wel bekend, het middelste cijfers weer in een cijferreeks. Met andere woorden: in 50% van alle gevallen was dus sprake van minder dan 4,1% netto rendement op jaarbasis. En in de andere 50% juist meer.

Hoe kan dit nu? Aandelen, zo is toch altijd beweerd, leveren op lange termijn toch een gemiddeld jaarrendement op van een procent of 8 (inclusief dividend)? Dat klopt, maar om het nettorendement vast te stellen dient vervolgens nog wel rekening gehouden te worden met een paar belangrijke factoren. Vergoedingsfees (bij beleggingsfondsen al snel (minimaal!) 1,5% van het vermogen), belastingen (de vermogensrendementsheffing bedraagt 1,2%) en inflatie (zeg circa 2% per jaar).

Tezamen maakt dat 4,2%. Beleggers moeten in dit geval dus eerst 4,2% verdienen alvorens zij er daadwerkelijk in koopkracht op vooruit gaan. Bruto leveren aandelen dus weliswaar ongeveer het dubbele op (circa 8%), maar na het in mindering brengen van de vergoedingsfees, belasting en inflatie blijft daar nog slechts de helft van over. En hierbij is nog niet eens opgemerkt dat de meeste fondsbeheerders slechter presteren dan het rendement van de Amerikaanse S&P 500-index, waar dit onderzoek zelf op gebaseerd is.

Volatiele rendementen
Uit het onderzoek wordt ook duidelijk – vanwege de gematigde maar stabiele rendementen rechtsboven (het gaat hier om heel lange beleggingsperiodes, tot een van duur wel 90 jaar) – dat de rendementen van aandelen op heel lange termijn vrij stabiel zijn. Maar op kortere periodes, zelfs die tot 20 jaar aan toe, kunnen de rendementen toch behoorlijk volatiel zijn. Zo is in de beste periode (1948 – 1968) sprake van een netto rendement van 8,4% per jaar. En in de slechtste periode (1961 – 1981) van een netto rendement van minus 2% per jaar. Dit slechte rendement in deze laatste periode werd overigens vooral veroorzaakt door de hoge inflatie in de tussenliggende jaren.

Alternatieven bieden weinig soelaas
Dan maar niet beleggen? Een erg aantrekkelijk alternatief lijkt dat evenmin: inflatie en vermogensrendementsheffing blijven immers ook dan gewoon aan uw vermogen doorknagen. Deze twee factoren maken als het ware dat het aangaan van schulden gestimuleerd wordt, en het opbouwen van vermogen juist gestraft.
Met een spaarrekening met vrij opneembaar tegoed mag u momenteel uw handen dichtknijpen met een rente van 2,5 tot 3% per jaar. Vanwege de vermogensrendementsheffing en inflatie behaalt u daarmee zeker een negatief koopkrachtrendement. Daarom adviseren wij vaak om vermogen op te bouwen via beleggen. Als u voldoende tijd en geduld heeft, kunt u met een goed gespreide portefeuille met o.a. aandelen, obligaties en grondstoffen meer verdienen dan de inflatie + belasting + bankkosten. U dient echter soms wel door de zure appel heen te bijten…..

Het onderzoek (met kleurenfiguur) is hier te bekijken: http://tiny-url.org/langetermijn

Momenteel geen aanverwante artikelen.

3 reacties

  1. moncler womens coats outlet

  2. Cursist zegt:

    .

Geef een reactie